De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Verklaring omtrent het gedrag binnen het strafrecht

Een onderzoek naar het VOG-verweer binnen het strafrecht

Rechten:

Verklaring omtrent het gedrag binnen het strafrecht

Een onderzoek naar het VOG-verweer binnen het strafrecht

Rechten:

Samenvatting

Jaarlijks neemt de hoeveelheid VOG-aanvragen toe. In 2005 waren er 250.000 aanvragen, dit is in 2015 opgelopen tot ruim 800.000 aanvragen. Het effect hiervan is terug te zien binnen het strafrecht, sinds 2011 wordt er namelijk binnen het strafrecht steeds vaker gesproken over de gevolgen van de straf voor de VOG-aanvraag van verdachte.

De vraag die centraal staat binnen dit onderzoek luidt als volgt: ‘Welk advies kan blijkens literatuur- en jurisprudentieonderzoek aan Diekstra Van der Laan Advocaten gegeven worden over het aanvoeren van een VOG-verweer in een strafzaak?’. Door middel van literatuur- en jurisprudentieonderzoek heb ik getracht een antwoord te geven op deze centrale vraag.

In het literatuuronderzoek heb ik bekeken hoe een VOG-aanvraag beoordeeld wordt. Bij een beoordeling van een VOG-aanvraag wordt er naar verschillende aspecten gekeken. Er wordt een terugkijktermijn in acht genomen die kan verschillen van vier jaar tot een onbeperkt terugkijktermijn. Bij de beoordeling van een VOG-aanvraag wordt er naar twee criteria gekeken, namelijk het objectieve en het subjectieve criterium.

In het tweede gedeelte van mijn literatuuronderzoek heb ik ook gekeken naar de verschillen tussen een VOG en de VGB. In een strafzaak waarbij de verdachte een vertrouwensfunctie uitoefent zoals bij militaire functies wordt vaak aangevoerd dat de VGB mogelijk ingetrokken wordt indien verdachte een straf opgelegd krijgt, dit wordt het VGB-verweer genoemd. Dit VGB-verweer verschilt ten opzichte van reguliere strafzaken, in dit soort zaken wordt namelijk niet een standaard VOG-verweer gevoerd. Ik heb onderzocht dat de reden waarom er een standaard VGB-verweer gevoerd wordt, is dat de verdachte in een militaire strafzaak bijna altijd een vertrouwensfunctie bekleedt; de verdachte moet dus voor zijn functie een VGB kunnen overleggen. Bij een reguliere strafzaak is dit niet altijd het geval. Er wordt vaak gesproken van een mogelijk toekomstige VOG-aanvraag. Dit is dan ook de reden dat bij een militaire strafzaak een standaard VGB-verweer wordt gevoerd. Het is bijna zeker dat de verdachte zijn baan kwijtraakt, indien de straf ertoe leidt dat zijn VGB ingetrokken wordt. Niet in alle reguliere strafzaken heeft de verdachte voor zijn huidige of toekomstige baan een VOG nodig, hier hoeft dus niet altijd een verweer omtrent de VOG gevoerd te worden.

Het jurisprudentieonderzoek is onderverdeeld in twee instanties, namelijk de rechtbank en het gerechtshof. Uit de analyse van 39 jurisprudentiezaken van de rechtbanken en gerechtshoven zijn de volgende categorieën uitspraken gekomen: niet-ontvankelijkheid van het OM, de rechter doet geen uitspraak omtrent de VOG, mogelijke weigering van de VOG-aanvraag in de toekomst heeft geen invloed op de uitspraak van de rechter en tot slot de beoordeling van de VOG is voorbehouden aan het COVOG.

Uit het tweede jurisprudentieonderzoek is gebleken dat zowel de rechtbank als het gerechtshof door de verstrekkende impact rekening houden met een mogelijke weigering van een VOG-afgifte. Dit is namelijk bij de rechtbank in 13 van de 14 gevallen en bij het gerechtshof in drie van de vier gevallen het geval. Dit betekent dat indien de verdachte minderjarig is, dan wel minderjarig was ten tijde van het plegen van het strafbare feit de rechtbank en het gerechtshof het VOG-verweer meenemen in hun uitspraak. Zij zijn van mening dat de VOG in de toekomst niet geweigerd mag worden, indien dit wel geweigerd wordt is dit in strijd met art. 8 EVRM.

Geconcludeerd, indien de verdachte minderjarig is dan wel minderjarig was ten tijde van het plegen van het strafbare feit, is het raadzaam om een VOG-verweer in de strafzaak aan te voeren. Zowel de rechtbank als het gerechtshof neemt hierdoor vaak het VOG-verweer mee in zijn uitspraak. De rechtbank en het gerechtshof hebben namelijk in een groot deel van de gevallen geoordeeld dat de VOG-aanvraag in de toekomst niet geweigerd mag worden op grond van het gepleegde strafbare feit. Indien de VOG-aanvraag wel geweigerd wordt, is dit in strijd met art. 8 EVRM. Het VOG-verweer heeft ook in een aantal gevallen tot een niet-ontvankelijkheid van het OM geleid.

Toon meer
OrganisatieHogeschool Leiden
OpleidingHBO-Rechten
AfdelingFaculteit M&B
PartnersDiekstra Van der Laan advocaten
Datum2017-08-07
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk