De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Welk advies kan, aan de hand van dossier- en literatuuronderzoek, aan de rechter-commissaris in Den Haag worden gegeven, zodat de opschorting van de inbewaringstelling efficiënter kan worden aangepakt?

Rechten:

Welk advies kan, aan de hand van dossier- en literatuuronderzoek, aan de rechter-commissaris in Den Haag worden gegeven, zodat de opschorting van de inbewaringstelling efficiënter kan worden aangepakt?

Rechten:

Samenvatting

Het onderwerp van dit onderzoeksrapport is de opheffing van de opschorting. Naast deze opheffingen worden ook het opsporingsonderzoek, de voorgeleiding en de opschorting zelf, welke allemaal aan de opheffing opschorting voorafgaan, besproken. Het onderzoek is verricht in opdracht van het kabinet van de rechter-commissaris in Den Haag. Dit rapport geeft een duidelijk beeld over het opschortingsbeleid binnen het kabinet van de rechter-commissaris in Den Haag en over de factoren die meetellen bij de beoordeling of een verdachte wel of niet geschorst moet worden. Door dit in kaart te brengen en met elkaar te vergelijken is er een advies uitgebracht voor het kabinet van de rechter-commissaris in Den Haag over verbeteringen binnen het opschortingsbeleid. Hierdoor kunnen opschortingen efficiënter worden aangepakt en derhalve de opheffingen van de opschortingen worden gereduceerd.
Dit onderzoek is verwezenlijkt door literatuur- en dossieronderzoek van 87 dossiers.
De rechter-commissaris neemt een beslissing op de vordering van de officier van justitie om een verdachte voor veertien dagen in bewaring te stellen. De rechter-commissaris kan deze vordering toewijzen, waarbij een bevel tot bewaring wordt afgegeven en de verdachte veertien dagen in voorlopige hechtenis wordt geplaatst. Ook kan de vordering worden afgewezen, wat inhoudt dat de verdachte wordt vrijgelaten. Als laatste kan de rechter-commissaris beslissen om de vordering toe te wijzen, maar daarnaast direct op te schorten onder (bijzondere) schorsingsvoorwaarden. De verdachte dient zich aan al deze voorwaarden te houden. Als dat niet gebeurt, kan de officier van justitie de opheffing van de opschorting vorderen bij de rechter-commissaris.

De laatste jaren is er een stijging te zien in de kabinetscijfers van Den Haag met betrekking tot het aantal opheffingen opschortingen. Dit houdt allereerst in dat de laatste jaren steeds meer bevelen bewaring worden opgeschort onder voorwaarden. Als een bevel tot bewaring is opgeschort moet de verdachte zich aan de hem opgelegde voorwaarden houden. Als blijkt dat de verdachte een voorwaarde heeft overtreden, kan hij op bevel van de officier van justitie weer worden aangehouden. Daarna zal hij zich wederom voor de rechter-commissaris moeten verantwoorden omdat hij een voorwaarde(n) heeft overtreden. De rechter-commissaris neemt dan wederom een beslissing op een nieuwe vordering van de officier van justitie. Dit brengt zowel voor de rechtbank, als voor politie, justitie en hulpverleningsinstanties veel extra werk met zich mee.

Uit onderzoek is gebleken dat de rechters-commissarissen een grote beoordelingsvrijheid hebben voor wat betreft de toe- of afwijzing van een schorsingsverzoek. Er vindt een belangenafweging plaats tussen enerzijds de persoonlijke belangen van de verdachten om op vrije voeten te komen en anderzijds het maatschappelijke belang om verdachte langer vast te houden in voorlopige hechtenis. De belangrijkste wegingsfactoren welke uit dit onderzoek naar voren zijn gekomen zijn de (psychische) problematiek dan wel de persoonlijke belangen van verdachten, de aanwezigheid van het recidivegevaar en de ernst van het gepleegde feit.

Eindconclusie van dit onderzoek is dat er in Den Haag te veel verdachten worden geschorst terwijl er een grote kans op herhaling aanwezig is en deze onvoldoende wordt bedwongen door middel van de geboden hulpverlening.

Het advies voor het kabinet van de rechter-commissaris te Den Haag betreft de volgende aanbevelingen:
1. niet schorsen als naar voren gebrachte persoonlijke belangen niet controleerbaar zijn.
2. pas schorsen nadat voorwaarden uitgebreid met verdachte(n) is/zijn besproken.
3. niet schorsen als er geen concreet plan van aanpak of behandelplan klaar ligt.
4. hulpverleningsinstantie expliciet benoemen in de schorsingsvoorwaarden.
5. niet schorsen bij een ernstig feit waarbij de twaalfjaarsgrond is aangenomen.
6. niet schorsen als de onderzoeksgrond is aangenomen en sprake is van collusiegevaar.

Toon meer
OrganisatieHogeschool Leiden
OpleidingHBO-Rechten
AfdelingFaculteit M&B
PartnersRechtbank Den Haag
Datum2016-07-25
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk