De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Prefab in de lift: afstudeeronderzoek naar de mogelijkheid van toepassing van prefab liftschachten

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Prefab in de lift: afstudeeronderzoek naar de mogelijkheid van toepassing van prefab liftschachten

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Uit het oriënterende onderzoek van de Vebo is gebleken dat de in het werk gestorte of gelijmde liftschachten in de ruwbouwfase een dermate grote bouwtolerantie kennen dat de liftleveranciers/installateurs tijdens het installeren van de liften daarbij enige tot ook grove problemen kennen. Vooral de vlakheid van de schacht en de loodrechtheid van voorzieningen boven elkaar is meer dan eens een probleem.

Dit afstudeeronderzoek betreft een onderzoek naar de mogelijkheid om prefab liftschachten toe te passen in de huidige bouw. Dit onderzoek omvat alléén het technische gedeelte. Naar kosten en bouwsnelheid is niet expliciet gekeken. Dit vanwege de beperkte tijd van het afstuderen.

Allereerst is uitgezocht wat voor liften er bestaan en wat hierbij de schachtafmetingen zijn. Hierbij is uitgegaan van liften die minimaal geschikt zijn voor rolstoelgebruikers en worden toegepast in laagbouw en middenhoge gebouwen. Deze inventarisatie is gedaan op basis van het standaard assortiment van de acht liftleveranciers. Deze leveranciers opereren internationaal en leveren aan het grootste gedeelte van de Nederlandse bouwmarkt.

Het blijkt dat de schachtafmetingen zeer divers zijn. Aangezien de Vebo zich voornamelijk richt op de woningbouw, zal dit voor de liftschachten ook gedaan worden. Uit onderzoek in de Nederlandse regelgeving blijkt dat in woongebouwen een lift moet worden toegepast welke minimaal geschikt is voor het vervoeren van een brancard. Uit verder onderzoek bij drie van de acht liftleveranciers blijkt dat de machinekamerloze brancardlift met eenzijdige toegang en telescopische deuren de meest toegepaste lift is in de woningbouw. Ook blijkt dat een ruimere schacht (tot 30 cm) geen enkel probleem is, aangezien uitvullen eenvoudig is. Uit de geïnventariseerde liften welke aan deze voorwaarden voldoen, blijkt de marge tussen de kleinste en de grootste schachtbreedte en –diepte binnen de 30 cm te vallen. Hierdoor zijn er twee opties voor de Vebo:
1. een liftschacht produceren met vaste afmetingen, waardoor de ene lift meer uitgevuld moet worden dan de andere lift
2. een liftschacht produceren waarmee de exacte schachtafmetingen gemaakt worden welke nodig zijn voor het type lift wat wordt toegepast.
Voor dit onderzoek is uitgegaan van de tweede optie, aangezien dit de meest interessante is om verder uit te werken in kader van het afstuderen.

Met de nu bekende schachtafmetingen zijn een zevental prefab systemen ontwikkeld. Om te bepalen welk systeem het meest geschikt is voor de Vebo om te produceren, zijn deze aan de hand van de strategische keuzebenadering tegen elkaar uitgezet. Hieruit volgt dat het prefab systeem van vier wanden onderling verbonden d.m.v. stekken en gaines voor de Vebo het meest geschikt is om te produceren.
Tevens zijn vier van de zeven prefab systemen uitgezet tegen de huidige bouwsystemen. De criteria op basis waarvan wordt gekozen voor een bepaald bouwsysteem zijn hierbij van belang. Uit deze afweging volgt dat de holle wanden het meest geschikte bouwsysteem is om liftschachten in uit te voeren. Het prefab systeem door middel van de L-vorm volgt op de voet.

Voor de keuze van één bepaald prefab systeem is het van belang dat dit een systeem is welke kan concurreren met de holle wanden. Het prefab systeem welke per verdieping bestaat uit twee L-vormige wanden blijkt hier het beste aan te voldoen. Door de verdiepinghoge L-vormige wanden elke verdieping een kwart slag te draaien, ontstaat een schacht waarbij de verticale naden tussen de elementen per verdieping verspringen. Hierdoor kunnen de schuifspanningen in de verticale naden die door de op te vangen stabiliteitslasten ontstaan opgenomen worden.

Om de L-vormige wanden te kunnen produceren, is een mal nodig. Deze zal in breedte, diepte en hoogte verstelbaar moeten zijn. Ook in dikte van de wanden zal variatie moeten zitten. Om dit mogelijk te maken is er voor gekozen om een schacht met twee standaard wanddiktes aan te bieden, te weten 200 mm en 250 mm. Een wanddikte van 300 mm blijkt niet mogelijk, aangezien het gewicht van het element dan te hoog wordt voor de werkwijze bij de Vebo. Dit zou wél mogelijk zijn als het element niet verdiepingshoog wordt uitgevoerd.

De mal zal uitgevoerd worden in twee vaste hoeken, welke d.m.v. centerpennen met elkaar verbonden worden. De bodemplaat en kopschotten worden in de breedtes van 200 mm en 250 mm gemaakt. Hiermee is de mal in breedte, diepte en dikte verstelbaar. Door de ruimte onder de bodemplaat met blokjes uit te vullen, is de mal ook in hoogte verstelbaar.

Bij de constructieve beschouwing is uitgegaan van een case-studie. Aan de hand hiervan is gekeken in hoeverre de liftschacht kan bijdragen aan de stabiliteit van het gebouw. Aan de hand van verschillende plaatsingen van de schacht in het gebouw blijkt dat wanneer de schacht centrisch in het gebouw wordt geplaatst de belastingen op de schacht het meest gunstig zijn. De werklijnen van de windbelastingen vallen dan samen met het zwaartepunt van het gebouw. Bij andere plaatsingen in het gebouw vallen deze niet samen, waardoor de windbelasting een dusdanige excentriciteit heeft dat de belastingen op de schacht erg hoog worden.

Er is voor gekozen om zowel in de langsrichting als de dwarsrichting van het gebouw de stabiliteit op te laten nemen door de schacht en door een wand. Uit berekening blijkt dat de belastingen op de schacht dusdanig hoog worden, dat de schacht niet voldoet. Het funderingsmoment ten gevolge van de wind is groot en de normaalkracht op de schacht klein, waardoor grote trekkrachten ontstaan in de schacht welke niet door wapening op te nemen zijn. Het is dus van groot belang dat er een redelijke vloerbelasting direct op de schacht afdraagt.

Met toepassing van een extra stabiliteitswand in de dwarsrichting van het gebouw is geprobeerd het funderingsmoment kleiner te laten worden. Door de extra wand ontstaat excentriciteit van de windbelasting. Door deze excentriciteit wordt de schacht dusdanig belast dat deze officieel op dubbele buiging moet worden berekend. Aangezien dit vanwege de beperkte tijd niet mogelijk was, wordt de schacht geschematiseerd als dat deze is opgebouwd uit vier losse wanden. Het voordeel van de meewerkende flensbreedte, waar eerst mee gerekend mocht worden, wordt hiermee geëlimineerd. De berekende wapening blijkt hierdoor niet in de wand opgenomen te kunnen worden.

De rede om te kiezen voor twee L-wanden was om de verticale schuifspanningen in de vaste hoeken op te kunnen nemen. Uit berekening blijkt dat dit principe klopt en dat er hoge dwarskrachten opgenomen kunnen worden.

Toon meer
OrganisatieHogeschool Utrecht
OpleidingBouwkunde
AfdelingGebouwde Omgeving
Jaar2004
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk