De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Van hiërarchisch naar vakinhoudelijk leider

praktijkonderzoek over de ontwikkeling van wijkverpleegkundigen van hiërarchisch naar vakinhoudelijk leider

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Van hiërarchisch naar vakinhoudelijk leider

praktijkonderzoek over de ontwikkeling van wijkverpleegkundigen van hiërarchisch naar vakinhoudelijk leider

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Inleiding: Politieke en maatschappelijke ontwikkelingen dwingen zorgprofessionals tot het opstellen van nieuwe contouren van zorg en zorgberoepen met ander gedrag en anders handelen tot gevolg. Dit geldt ook voor wijkverpleegkundigen. Tot heden was er weinig aandacht voor eigen ervaringskennis/expertise met verantwoordelijkheden. Bovenstaande ‘transitie in de zorg’ speelt ook binnen De Wever Thuis, een thuiszorgorganisatie in Tilburg, de context waarin dit onderzoek plaatsvond. De wijkverpleegkundigen zijn in hun huidige functie bij De Wever Thuis hiërarchisch leiders van de wijkteams. Aan hen is gevraagd een transitie te doorlopen van hiërarchisch naar vakinhoudelijk leider, wat beter past bij de huidige ontwikkelingen in de zorg en binnen De Wever Thuis. Doel: In februari 2018 zijn aanbevelingen geformuleerd voor het verder ontwikkelen van het vakinhoudelijk leiderschap door wijkverpleegkundigen van De Wever Thuis. Dit op basis van lokale verwachtingen en percepties over transformationeel, vakinhoudelijk leiderschap, evenals aanbevelingen vanuit de literatuurstudie. Methode: Een literatuurstudie en twee praktijkonderzoeken gaven antwoord op de hoofdvraag: “Hoe kan de transitie van de wijkverpleegkundigen van hiërarchisch naar (transformationeel) vakinhoudelijk leider bevorderd worden?” Een explorerend, kwalitatief onderzoek werd uitgevoerd om verwachtingen in beeld te krijgen, met de vraag: “Wat verwachten wijkverpleegkundigen, wijkcoaches en medewerkers van wijkteams van het vakinhoudelijk leiderschap uitgevoerd door de wijkverpleegkundigen van De Wever Thuis?” Daarnaast werd ook een cross-sectioneel, kwantitatief onderzoek uitgevoerd over de huidige perspectieven van het vakinhoudelijk leiderschap met de vraag: “Hoe verhouden de perspectieven zich van wijkverpleegkundigen tot die van medewerkers van de wijkteams met betrekking tot het (transformationele) vakinhoudelijk leiderschap van wijkverpleegkundigen van De Wever Thuis?” Bovendien werd gedurende het onderzoek een literatuurstudie uitgevoerd, die zich heeft gericht op “Hoe vakinhoudelijk leiderschap ontwikkeld kan worden?” Resultaten: De wijkverpleegkundigen, wijkcoaches en medewerkers van wijkteams verwachtten van de vakinhoudelijke leiders dat zij een ‘verbinder worden’, die ‘(dichtbij) beschikbaar zijn als autonoom expert’ én zij uitten ‘zorgen en vragen over de transitie’, die volgens de meesten de transitie (gaan) belemmeren. Het perspectief van wijkverpleegkundigen en die van medewerkers over het transformationele, vakinhoudelijk leiderschap was redelijk sterk positief en liet meer vakinhoudelijk dan transformationeel leiderschap zien. De verschillen tussen hoe medewerkers hen scoorden en de wijkverpleegkundigen zichzelf scoorden zijn relatief klein te benoemen, er lagen enkel accentverschillen. Vanuit de literatuur werd vastgesteld dat vakinhoudelijk leiderschap ontwikkeld kan worden door het volgen van onderwijs in combinatie met praktijkleren en individuele ontwikkeltrajecten. Hierbij zijn de aanwezigheid van randvoorwaarden en ‘commitment’ vanuit de organisatie essentieel. Conclusie: De percepties van wijkverpleegkundigen en medewerkers liepen niet gelijk met de verwachtingen van wijkverpleegkundigen, medewerkers en wijkcoaches. ‘Zorgen en vragen’ bestonden over de transitie: ‘wat (transformationeel) vakinhoudelijk leiderschap inhoudt’, mensen ervaarden ‘onvoldoende steun vanuit de organisatie over het ondergaan van de transitie’ én ‘de steun van en samenwerking met de wijkcoaches werd minder positief ervaren’. Bovendien werden ‘onvoldoende randvoorwaarden in de organisatie’ ervaren om vakinhoudelijk leiderschap te supporten. Als wijkverpleegkundigen van De Wever Thuis zich gaan ontwikkelen tot leiders die verbinders zijn, en die (dichtbij) beschikbaar zijn als autonoom expert, zou een ontwikkeltraject in transformationeel vakinhoudelijk leiderschap, ondersteund door de organisatie, de transitie bevorderen van hiërarchische leiders van wijkteams naar transformationeel vakinhoudelijk leiders binnen zelfstandige wijkteams. Aanbevelingen: Laat wijkverpleegkundigen een ontwikkeltraject volgen om hun vakinhoudelijke leiderschapskwaliteiten te verbeteren, door het volgen van onderwijs (scholing) te combineren met praktijkleren en individuele ontwikkeltrajecten. Essentieel hierbij is screening van interpersoonlijke leiderschapskenmerken en effectmeting vóór, tijdens en na ontwikkeltrajecten. De organisatie dient óók randvoorwaarden te scheppen, die noodzakelijk zijn voor succesvol vakinhoudelijk leiderschap. Op basis van de ‘zorgen en vragen’ wordt vervolgonderzoek aanbevolen over de af- en aanwezigheid van, en verbetering van, de randvoorwaarden binnen de organisatie én om aandacht te besteden aan de invloed van de invulling van de rol van de wijkcoaches, gezien de transitie van hiërarchisch geleide teams naar zelfstandige teams met een transformationeel vakinhoudelijk leider. Door deze transitie wordt ook vervolgonderzoek aanbevolen over de rol en competenties van wijkcoaches die zelfstandigheid bij teams ontwikkelen, en hoe deze rol zich verhoudt tot transformationeel vakinhoudelijk leiderschap.

Toon meer
OrganisatieFontys Hogescholen
OpleidingVerpleegkunde
PartnersDe Wever Thuis, Tilburg
Datum2018-01-18
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk