De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Een toekomst gebouwd op ervaringen: het na-traject, na een woon- en werkproject, vanuit de methodiek Ervarend Leren

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Een toekomst gebouwd op ervaringen: het na-traject, na een woon- en werkproject, vanuit de methodiek Ervarend Leren

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Deze afstudeerscriptie is gebaseerd op het PEL-project van Tender Jeugdzorg, locatie Lievenshove. De doelgroep van Tender Jeugdzorg is van 0 tot 20 jaar met ontwikkelings-, emotionele en/of gedragsproblemen. Het uitgangspunt van Tender Jeugdzorg is het bieden van nieuwe kansen wanneer het opgroeien/opvoeden niet vanzelf gaat. PEL staat voor Project Ervarend Leren en biedt individuele woon- en werkprojecten aan voor 5 maanden in Frankrijk en Oostenrijk. De doelgroep zijn jongeren van 14 tot 18 jaar die vastzitten op meerdere leefgebieden. In deze vijf maanden, de projectfase, ondergaan ze een leerproces, volgens de methodiek Ervarend Leren, waarbij ze nieuw gedrag aanleren. Na deze vijf maanden keren ze terug naar Nederland om een nieuw begin te maken, en het nieuwe gedrag in hun dagelijks leven in te voeren. Vaak vallen de jongeren tijdens dit na-traject terug, wat ook bij meerdere PEL-projecten het geval is. Via literatuur- en praktijkonderzoek is er antwoord verkregen op de vraag: Wat zijn de aandachtspunten bij het inrichten van het na-traject, gekeken naar de vijf leefgebieden; woonsituatie, gezinssituatie, dagbesteding, sociaal netwerk en vrijetijdsbesteding, na een woon- en werktraject vanuit de methodiek Ervarend Leren, om het na-traject tot een succes te brengen.

Literatuuronderzoek: De definitie van Ervarend Leren is; Het creƫren van een specifieke situatie die jongeren in staat stelt concrete ervaringen op te doen op grond waarvan zij gemotiveerd worden en in staat gesteld worden om tot reflectie over de eigen situatie te komen. Een goede combinatie tussen de concrete ervaringen en de reflectie hierop leidt tot nieuwe leerprocessen die uiteindelijk de jeugdige autonomie doen verwerven, waardoor hij een nieuw toekomstperspectief krijgt. Wat de literatuur en de praktijk zeggen over de aandachtspunten betreffende de vijf leefgebieden van het na-traject is het volgende: Woonsituatie; De jongere moet starten op een nieuwe leefplek die een fase verder is dan de oude woonplek. Gezinssituatie; Voordat de jongere terugkeert moeten ouders en jongere op de hoogte zijn van elkaars verwachtingen, wensen en worden er afspraken gemaakt. De begeleiding richt zich op de communicatie en vaardigheden die hierbij horen. Dagbesteding; De begeleider moet op de hoogte zijn van de ontwikkeling en de ervaringen van de jongere betreft school en/of werk. Zonodig vaardigheden van de jongere aansterken of ontwikkelen. Sociaal netwerk; Het sociale netwerk is in de adolescentie periode erg belangrijk. Sociale contacten hebben, in deze periode, een sterke invloed op de emotionele, sociale en persoonlijke ontwikkeling van de jongere.Vrijetijdsbesteding; Verengingen en/of clubs bevorderen het gevoel van solidariteit, interactie, helpen het verder ontwikkelen van een sociale identiteit en van een referentiekader.

Het praktijkonderzoek is een kwalitatief onderzoek. Om de gegevens te verkrijgen zijn er halfgestructureerde interviews afgenomen bij de respondenten op hun eigen werkplek. De respondenten zijn vijf PEL-organisaties. De resultaten van het praktijkonderzoek zijn als volgt: Woonsituatie: De jongere moet zelfstandig op een nieuwe woonplek beginnen waar toezicht is en begeleiding van de PEL-medewerkers. De woonplek moet uit de buurt zijn van andere hulpverleningsjongeren. Jongeren rond de 14/15 jaar gaan weer thuis wonen of in een andere woonsetting, maar dan moet de projectfase gericht zijn op persoonlijke leerdoelen in plaats van zelfstandigheid. Gezinsituatie; Tijdens de projectfase maken ouders en jongere aan elkaar bekend wat de verwachtingen en wensen naar elkaar zijn, en worden er afspraken gemaakt. De begeleiding moet systeemgericht te werk gaan, en de jongere moet de ruimte en kans krijgen om te laten zien dat hij veranderd is. Dagbesteding; School en/of werk moet tijdens de projectfase geregeld worden zodat de jongere gelijk kan beginnen met de dagbesteding. De vraag van de jongere staat hierbij altijd voorop. Sociaal netwerk; Hierbij is het belangrijk dat de jongere niet alleen komt te staan. Met het gezin/familie wordt eerst gewerkt, daarna vrienden. Vrijetijdsbesteding; De jongere moet bewust leren omgaan met zijn ruimte en weten wat de consequenties zijn bij de keuze van zijn vrijetijdsbesteding.

Uit de conclusies van het literatuur- en praktijkonderzoek volgen de volgende aanbevelingen:
Woonsituatie; De PEL-kamer moet verplaatst worden naar een andere plek, waarbij deze niet gelegen ligt in de buurt van hulpverleningsjongeren. De jongere die naar de PEL-kamer gaat moet een bepaalde hoeveelheid aan vaardigheden en capiciteiten bezitten om zelfstandig te gaan. Bij deze PEL-kamer moet er toezicht zijn, zoals bijvorrbeeld een hospita. Jonge jongeren gaan weer thuis wonen of bij een familielid. Gezinssituatie; Alle gezinsbanden dienen aangesterkt te worden, indien dit gezond is. Er moeten afspraken gemaakt worden ten aanzien van de verwachtingen en wensen van de jongere en ouders. De draagkracht van de ouders dient bekeken en versterkt te worden door de PEL-medewerkers. Dagbesteding; De jongere moet, in het buitenland, zelf zoveel mogelijk regelen. Wanneer de jongere terug is in Nederland moet hij ook veel zaken zelf regelen, hierdoor bereidt je hem voor. Wanneer de jongere thuis gaat wonen kunnen de ouders een gedeelte van de dagbesteding regelen. De PEL-medewerkers moeten altijd nakijken of de dagbesteding goed is geregeld en gelijk aansluit. Sociaal netwerk; Er moet meer aandacht worden besteed aan de vriendenkring van de jongere, omdat vrienden in deze ontwikkelingsfase een grote invloed hebben op de jongere. Het netwerk wat de jongere heeft, heeft hij zelf opgebouwd. Hij kent de mensen, voelt er zich thuis, kent emotionele waarde toe aan de onderlinge banden en leent zijn referentiekader hieraan. Daarom moet er met het huidige netwerk gewerkt worden in plaats van een nieuwe op te zetten. Dit is niet het geval wanneer de jongere niemand heeft. Vrijetijdsbesteding; Er moet eerst gekeken worden hoe de jongere zijn vrije tijd invult en hiermee omgaat. Hij moet zelf de gevolgen en consequenties ervaren voordat er ingegrepen wordt. Hierdoor wordt er duidelijk wat de mogelijkheden zijn van de jongere, betreft het inrichten van zijn vrijetijdsbesteding. De begeleiding kan hierop inspelen.

Toon meer
OrganisatieFontys Hogescholen
AfdelingFontys Hogeschool Pedagogiek
Jaar2008
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk