De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

De inzet van het sociale netwerk, hoe doe ik dat?!

Onderzoek naar de benodigde competenties en randvoorwaarden voor de groepsleidsters van de groepen Alles Kid(t)s en Catharinaschool.

Rechten: Alle rechten voorbehouden

De inzet van het sociale netwerk, hoe doe ik dat?!

Onderzoek naar de benodigde competenties en randvoorwaarden voor de groepsleidsters van de groepen Alles Kid(t)s en Catharinaschool.

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Het onderzoek is uitgevoerd op twee groepen - Alles Kid(t)s en Catharinaschool - van het kinderbehandelcentrum van Radar. De doelgroep van deze groepen zijn cliënten in de leeftijd van twee tot en met vijf jaar met een licht verstandelijke beperking en/of ontwikkelingsachterstand. Centraal in dit onderzoek staat het inzetten van het netwerk bij de begeleiding van de cliënten. De doelstelling is: Inzicht verschaffen aan de groepsleidsters van de groepen Catharinaschool en Alles Kid(t)s over de competenties en randvoorwaarden die benodigd zijn voor het inzetten van het sociaal netwerk van de cliënten. Uit de doelstelling is de volgende vraagstelling ontstaan: Welke competenties en randvoorwaarden hebben de groepsleidsters van de groepen Catharinaschool en Alles kid(t)s nodig om het sociale netwerk van de cliënten in te kunnen zetten binnen het beleidskader van de gemeente Heerlen? De vraagstelling met bijbehorende deelvragen worden beantwoord door middel van kwalitatief onderzoek. In dit onderzoek zijn de perspectieven van de respondenten op het probleem en de gewenste situatie nagegaan (Boeije, 2012). De resultaten zijn verkregen door het afnemen van interviews bij vijf groepsleidsters, twee thuisbegeleiders, een beleidsmedewerker van gemeente Heerlen en een expert op het gebied van inzet van het sociale netwerk. Uit het onderzoek kwam naar voren dat gemeente Heerlen verwacht dat medewerkers in de zorg, dus ook de groepsleidsters, nagaan hoe de behandeling op de groep ook in de thuissituatie het meeste effect kan hebben. Hiervoor is het noodzakelijk om het netwerk in te zetten in de begeleiding, dit wordt als een vereiste genoemd in het beleidskader. De bijdrage van elke partij wordt in kaart gebracht door middel van het opstellen van 1Gezin1Plan met de bijbehorende Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM). Deze dienen opgesteld te worden door de groepsleidsters of thuisbegeleiders, samen met de opvoeders. Volgens de expert zijn diverse competenties (houdingen, vaardigheden en kennis) van belang voor het inzetten van het netwerk. Er kan worden geconcludeerd dat met name een niet-wetende houding, (door)vragen en aanpassing aan het niveau van ouders nodig zijn. Deze competenties worden tevens in de literatuur als relevant geacht voor de inzet van het netwerk (Scheffers, 2015; Bolt, 2014). In dit onderzoek is tevens nagegaan in hoeverre de groepsleidsters vinden dat zij deze competenties beheersen. Uit de resultaten blijkt dat de groepsleidsters een groot deel van de competenties, zoals het aannemen van een niet wetende houding, meerzijdig partijdig zijn, etc., nog niet in voldoende mate beheersen. Hierbij kan gesteld worden dat er overeenkomsten bestaan tussen de groepsleidsters in de competenties die zij wel en niet beheersen. Ontwikkeling van deze competenties zou volgens de groepsleidsters bijdragen aan het inzetten van het netwerk en deze ontwikkeling is dus noodzakelijk. Tevens zijn er andere factoren die mogelijkheden bieden hiertoe, zoals persoonlijk contact met ouders en afstemming met thuisbegeleiding. Belemmeringen bij de inzet van het netwerk zijn het contact leggen met verstandelijk beperkte ouders en de terughoudendheid van ouders. Opvallend hierbij is dat mogelijkheden en belemmeringen invloed op elkaar uitoefenen. Wanneer de belemmeringen verbeterd worden, kunnen deze dienen als mogelijkheden voor de inzet van het netwerk. Tevens is het volgens groepsleidsters werkzaam om meer informatie te verkrijgen over de cliënt en het netwerk door het uitvoeren van huisbezoeken. Hiervoor is facilitering als randvoorwaarde vanuit Radar benodigd, namelijk extra inzet van personeel en een andere indeling van het dienstrooster. Ook zijn als randvoorwaarden tijd en scholing essentieel. Duidelijkheid omtrent prioriteiten, hulpbronnen vanuit Radar en kaders voor overleg worden ook benoemd als onderdeel van de randvoorwaarden. Geconcludeerd kan worden dat Radar kan toekomen aan ontwikkeling van de benodigde competenties voor groepsleidsters door hen deze randvoorwaarden te bieden. Als conclusie op de hoofdvraag geldt dat naast de randvoorwaarden de competenties niet-wetende houding, toekomstgericht werken, werken door middel van empowerment en meerzijdige partijdigheid nog verder ontwikkeld dienen te worden. Dan kan het netwerk op een succesvolle manier worden ingezet en wordt er toegekomen aan de eisen die hiervoor gelden in het beleidskader van de gemeente. De conclusies van iedere deelvraag en de conclusie op de onderzoeksvraag maakten het mogelijk om een viertal aanbevelingen te formuleren. Er is op basis van de onderzoeksresultaten gekozen om één aanbeveling uit te werken tot een product. Het doel van dit product is professionalisering van de groepsleidsters door middel van een informatieboekje voor de groepsleidsters.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Arnhem en Nijmegen
OpleidingPedagogiek
AfdelingAcademie Mens en Maatschappij
PartnersRadar gehandicaptenzorg
Datum2016-05-30
TypeBachelor
TaalOnbekend

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk