De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Het effect van cafeïne op de ruststofwisseling

het effect van cafeïne op de ruststofwisseling gemeten met twee verschillende koffiesoorten en het effect over tijd

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Het effect van cafeïne op de ruststofwisseling

het effect van cafeïne op de ruststofwisseling gemeten met twee verschillende koffiesoorten en het effect over tijd

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

In de diëtistische praktijk kan de energiebehoefte makkelijk worden bepaald door het rustmetabolisme (RMR) te meten door middel van indirecte calorimetrie. Voor betrouwbare resultaten moet de cliënt nuchter zijn en geen gebruik gemaakt hebben van opwekkende middelen, zoals cafeïne vanuit koffie, wat de RMR kan beïnvloeden. Experts ervaren dat het volgen van het strikte protocol lastig kan zijn voor cliënten, omdat het consumeren van koffie een mogelijk deel kan uitmaken van de dagelijkse gewoonten. Deze studie was gericht op het effect van cafeïne uit twee verschillende soorten koffie (koffie bereid door een French Press en oploskoffie) op de RMR. Daarnaast lag de focus ook op het onderzoeken van het effect van cafeïne uit beide soorten koffie na verloop van tijd op de RMR bij gezonde proefpersonen. Het onderzoek is uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de gemeten RMR na de consumptie van koffie nog steeds bruikbaar is in de diëtistische praktijk.
De RMR werd gemeten door middel van indirecte calorimetrie (FITMATE®) onder 15 gezonde deelnemers (22±3,8 jaar; 80% vrouwelijk) op twee verschillende testdagen in nuchtere staat (T0), 0,5 (T1), 1,5 (T2), 2,5 (T3) en 3,5 (T4) uur na koffieconsumptie. Op elke testdag werd één van de koffiesamples willekeurig enkelblind verstrekt aan de deelnemer: Arabica bonen bereid door een French Press (S1) of oploskoffie (S2). De verschillen in het effect van beide koffiesamples op de RMR over tijd werden getest door gebruik van meervoudige ANOVA-metingen.
Een pairwise comparison is gebruikt om het verschil tussen beide samples van T0 in vergelijking tot T1 t/m T4 aan te geven. Het verschil tussen RMR na inname van beide samples was significant (p=<0,05) in vergelijking met de eerste meting (T0). De meervoudige measure-ANOVA test Spherecity Assumed bekeken over tijd had een p-waarde van <0,001. Dit geeft aan dat het effect van cafeïne op de RMR van beide samples significant was. De repeated measure-ANOVA test Spherecity Assumed bekeken over tijd en het verschil tussen samples is niet significant (p=0,250). Dit geeft aan dat er geen significant verschil is tussen het effect van beide samples op de RMR.
Het onderzoek geeft aan dat het effect van cafeïne vanuit filterkoffie bereid met een French Press (S1) en instantkoffie (S2) op de RMR significant is. De koffie, ongeacht welke soort, zorgde voor een verschil in RMR bij elke deelnemer. Het effect van cafeïne vanuit een kopje koffie over tijd was ook significant. Het verschil tussen beide typen koffie is niet significant, ondanks het verschil in cafeïnegehalte tussen beide koffies. Dit betekend dat de resultaten van een RMR-meting met FITMATE® na de consumptie van een kopje koffie niet kan worden gezien als betrouwbaar.
Dit onderzoek geeft aan dat cafeïne vanuit koffie de RMR beïnvloed. Aangezien het effect bij elke deelnemer verschillend was, is het niet mogelijk om na het consumeren van een kopje koffie een correctie toe te passen op de uitkomst van de meting. De aanbeveling voor de praktijk is om de meting niet meer uit te voeren mocht een cliënt zich niet aan het volledige protocol hebben gehouden.

Toon meer
OrganisatieDe Haagse Hogeschool
AfdelingGVS Voeding en Diëtetiek
PartnersHaagse Hogeschool, Nutritional Assessment Facility (NAF)
Jaar2016
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk