De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Je biologietekst komt tot leven als je leert begrijpen wat je leest

Op welke wijze kan ik het niveau van begrijpend lezen van mijn leerlingen uit de eerste klas havo, met een te laag niveau van begrijpend lezen, verbeteren?

Rechten:

Je biologietekst komt tot leven als je leert begrijpen wat je leest

Op welke wijze kan ik het niveau van begrijpend lezen van mijn leerlingen uit de eerste klas havo, met een te laag niveau van begrijpend lezen, verbeteren?

Rechten:

Samenvatting

Tijdens het voorbereiden van de ouderavondgesprekken voor het vak biologie is mij opgevallen, dat een groot deel van de leerlingen die met hun ouders op gesprek kwamen, naast zwak in biologie ook zwak in begrijpend lezen zijn. Ze gaven aan erg hard te leren maar hun resultaten bleven achter. Om deze groep leerlingen adequaat te steunen, heb ik voor dit praktijkonderzoek de volgende vraag gesteld: Op welke wijze kan ik het niveau van begrijpend lezen van mijn leerlingen uit de eerste klas havo, met een te laag niveau van begrijpend lezen, verbeteren? Tijdens dit praktijkonderzoek werd als interventie pre-teaching ingezet (Herber, & Sanders, 1969). Dit betekende dat vier leerlingen uit leerjaar één van de havo (brugklassers) in een bijeenkomst vóór de vakles de tekst uit de basisstof van het tekstboek van biologie voorgelezen kregen en hier per alinea vragen over konden stellen. Pre-teaching bleek als interventie het meest geschikt, omdat het een bewezen methode is om de woordenschat en daarmee ook het tekstbegrip te vergroten (van Bommel, 2011; Perfetti, Landi, & Oakhill, 2005; Biemiller, 2003). Om pre-teaching mogelijk te maken werd deze interventie uitgevoerd in de vorm van Peer-Tutoring (Hirsh, & Nation, 1992). Peer-tutoring werd vormgegeven door de vier brugklassers (tutee’s) te koppelen aan een vaste leerling uit 4 havo (tutor). Van deze tutoren kregen de tutee’s pre-teaching. Er werden drie meetinstrumenten ingezet tijdens dit praktijkonderzoek. Deze meetinstrumenten waren: woordenlijsten om het effect van pre-teaching op de woordenschat te meten, een Visuele Analoge Smiley Schaal (V.A.S.S.) om de mate van het cognitieve zelfvertrouwen (het geloof van een individu om succesvol een taak uit te kunnen voeren) vlak voor een toetsmoment te meten (Bong, & Skaalvik, 2003; Steensel, van der Sande, Bramer, & Arends, 2016) en een vragenlijst waarmee de tutee’s aan het einde van het onderzoekstraject het effect van pre-teaching op hun woordenschat, cognitief zelfvertrouwen en schoolprestaties konden aangeven. Door het volgen van de vakles biologie leerden de tutee’s gemiddeld 30±7% meer woorden uit de teksten van de vakles in vergelijking met hun gemeten voorkennis over deze teksten. Wanneer pre-teaching werd ingezet vóór het volgen van de vakles bleken de tutee’s gemiddeld 35±14% meer woorden te kennen uit de teksten ten opzichte van hun voorkennis over deze teksten. V.A.S.S.-metingen toonden aan dat het cognitieve zelfvertrouwen van de tutee’s, voor het succesvol kunnen uitvoeren van een toets, gemiddeld van 67,5±9,6 (nog geen pre-teaching) naar 81±12 (wel pre-teaching) is toegenomen op een schaal van 0-100. Volgens de tutee’s bleek, via het afnemen van een vragenlijst (10- puntsschaalvragen), pre-teaching gemiddeld een effect van 6,8±1,0 te hebben op hun woordkennis. Zij gaven aan dat pre-teaching een effect van 6,5±0,6 op hun cognitieve zelfvertrouwen had om een toets succesvol te maken. Daarnaast gaven zij aan dat pre-teaching gemiddeld met 6,3±1,3 heeft bijgedragen aan het behalen van betere cijfers voor het vak biologie. Er mag uit de resultaten van de woordenlijsten geconcludeerd worden dat de door pre-teaching vergrote woordenschat maar een lichte bijdrage heeft geleverd richting het doel van het onderzoek (tutee’s leren beter begrijpend lezen en krijgen meer cognitief zelfvertrouwen). Via een 10- puntsschaalvraag gaven zij echter wel aan dat hun deelname aan het praktijkonderzoek heeft bijgedragen aan een beter tekstbegrip voor biologie (6,8±1,0). Hun cognitieve zelfvertrouwen nam toe om een toets succesvol te kunnen maken en uit toetscijfer analyse bleken de toetsen gemiddeld beter gemaakt te zijn tijdens de periode van pre-teaching (6,8±0,6) dan vóór de periode van preteaching (5,7±1,0). Tussen het halen van betere cijfers en het inzetten van pre-teaching zitten te veel storende factoren om te kunnen spreken van een causaal verband. Toch lijkt pre-teaching wel een bijdragen te leveren richting de gewenste uitkomst van het onderzoek (het gemiddelde cijfer tutee’s is hoger of gelijk aan een zes), ondanks dat het behalen hiervan niet gelukt is.

Toon meer
OrganisatieHogeschool Utrecht
OpleidingMaster of Education Biologie
Datum2017-04-02
TypeMasterscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk