De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

De Vlaamse test Cognitieve Deelvaardigheden Rekenen (CDR)(Desoete & Roeyers, 2006) graad 3, bruikbaar in Nederland

Rechten: Alle rechten voorbehouden

De Vlaamse test Cognitieve Deelvaardigheden Rekenen (CDR)(Desoete & Roeyers, 2006) graad 3, bruikbaar in Nederland

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Samenvatting
Over dyscalculie bestaan er in Nederland nog veel onduidelijkheden. In de Nederlandse wetenschap zijn de meningen verdeeld over de diagnostiek, behandeling, begeleiding en de dyscalculieverklaring. Daarnaast is er verdeeldheid over de vraag of er in Nederland testmateriaal bestaat dat voldoende toereikend is, om de diagnose dyscalculie te kunnen stellen.
In Nederland leek behoefte te zijn aan een test die bijdraagt aan het stellen van de diagnose.
In eerdere thesissen (Beijer & de Bruijn, 2010; Gorissen, Otte & Stihl, 2008) werd onderzocht of de Vlaamse test Cognitieve Deelvaardigheden Rekenen (CDR)(Desoete & Roeyers, 2006) graad 1 en graad 2 bruikbaar zijn in het Nederlandse reguliere basisonderwijs.
Binnen de CDR wordt ervan uitgegaan dat er minstens negen cognitieve deelvaardigheden nodig zijn, om vlot en accuraat te kunnen rekenen. De test bestaat uit negen deeltaken, die elk een cognitieve deelvaardigheid onderzoeken. Iedere deeltaak bestaat uit tien items. De test wordt afgesloten met een item dat metacognitie nagaat. Bij dit item moeten de leerlingen aangeven welke totaalscore zij denken behaald te hebben. Aan de hand van de testgegevens kan een uitgebreide taak- en foutenanalyse en een zwakte- sterkteanalyse opgesteld worden. In deze bachelorthesis werd onderzocht of de CDR graad 3 bruikbaar is in het Nederlandse reguliere basisonderwijs.
Om te bepalen of de CDR graad 3 bruikbaar is in het Nederlandse reguliere basisonderwijs, werd de test afgenomen bij 320 leerlingen uit groep 7 en groep 8. Deze leerlingen waren afkomstig uit acht verschillende Limburgse basisscholen. De leerlingen maakten gebruik van de rekenmethodes ‘De wereld in getallen’, ‘Alles telt’, ‘Pluspunt’ en ‘Talrijk’. In het onderzoek werd ook gekeken naar de verschillen tussen de 48 leerlingen met dyslexie, ADHD, autisme of een andere moedertaal en de 272 leerlingen zonder kenmerken uit de exclusiecriteria.
Uit de resultaten bleek dat er geen significant verschil bestond tussen de totaalscores van de leerlingen die gebruik maakten van de verschillende rekenmethodes. Daarnaast bleek er wel een significant verschil te bestaan tussen de scores per deeltaak van de leerlingen die gebruik maakten van de verschillende rekenmethodes. Dit was het geval bij de S-taken bij groep 7 en de S-taken en P-taken bij groep 8. Bij de P-taken lagen de verschillen vermoedelijk aan de instructie. Deze werd dan ook aangepast.
De betrouwbaarheidsanalyse wees uit dat de betrouwbaarheid van de L-taken laag was. Gezien het feit dat deze deeltaak belangrijk is bij de indeling van de subtypes van dyscalculie, werd deze deeltaak niet verwijderd of aangepast.
De moeilijkheidsgraad kon niet vergeleken worden met de Vlaamse moeilijkheidsgraad, vanwege het feit dat deze niet voorhanden was voor graad 3. Hierdoor konden de verschillen tussen de moeilijkheidsgraden niet bekeken worden. Dit leidde ertoe dat niet vastgesteld kon worden welke items daadwerkelijk aangepast zouden moeten worden.
Als laatste werd gekeken naar de samenhang tussen metacognitie en de totaalscores. Er bleek een lage positieve samenhang te bestaan. Dit houdt in dat de leerlingen zichzelf vaker over- of onderschatten.
Uit de resultaten bleek dat er significante verschillen bestonden tussen de totaalscores en scores per deeltaak tussen de 272 leerlingen en de 48 leerlingen. Deze verschillen moesten zorgvuldig geïnterpreteerd worden vanwege het feit dat uit de data-analyse niet kon worden afgeleid of de verschillen tot stand kwamen door de verschillen in het aantal leerlingen of de eerder genoemde exclusiecriteria van de 48 leerlingen.
Aan de hand van de opmerkingen en vragen van de leerkrachten, de leerlingen en eigen inzichten werden de aanpassingen op talig gebied en op het gebied van de lay-out vastgesteld. Er werden vier aparte normeringen opgesteld, één normering met behoud van de L-taken en de S-taken, één normering zonder behoud van de L-taken, één normering zonder behoud van de S-taken en één normering zonder behoud van de L-taken en de S-taken. Alle aanpassingen werden vastgesteld in overleg met prof. A. Desoete.
De vastgestelde aanpassingen van de CDR graad 3 hebben geleid tot de CDR-NL groep 7 en groep 8 die bruikbaar kan zijn in het Nederlandse reguliere basisonderwijs.

Toon meer
OrganisatieZuyd Hogeschool
OpleidingLogopedie
InstituutFaculteit Gezondheidszorg
Gepubliceerd in
Datum2011-11-18
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk