De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Deelgebiedsplan Cromstrijen 2011

ambachtsheren met ambachtsheerlijkheden : plannen op het gebied van waterbeheer in de polder

Deelgebiedsplan Cromstrijen 2011

ambachtsheren met ambachtsheerlijkheden : plannen op het gebied van waterbeheer in de polder

Samenvatting

In deze afstudeeropdracht is binnen het waterschap Hollandse Delta een onderzoek gedaan naar de gevolgen die ontstaan bij het reconstrueren van twee hoofdwatergangen. De reconstructie is een plan van het waterschap, waarbij de stroomrichting van de watergangen wordt gekeerd en de gemalen worden vervangen door een inlaat. De afwatering van beide hoofdwatergangen wordt afgewend doormiddel van twee stuwen en komen uit in het uitwateringskanaal van een andere polder, die beschreven staat als een Kaderrichtlijn Water (KRW) waterlichaam. De twee hoofdwatergangen bevinden zich in twee kleine polders, namelijk de Torensteepolder (300 ha) en Hogezandse polder (640 ha). Het uitwateringskanaal behoort tot de veel grotere polder Cromstrijen (3440 ha). Voor de reconstructie moeten er nieuwe hoofdwatergangen worden gegraven, duikers worden vergroot en stuwen worden geplaatst. Dit gebeurd aan de hand van de ontwerpeisen van het waterschap. Daarnaast hebben de plannen invloed op het uitwateringskanaal, hydrologische gezien, maar ook voor de waterkwaliteit, aangezien deze onder de KRW valt. Het uitwateringskanaal welke de naam Schuringse Haven draagt wordt bemalen door een groot gemaal. Dit gemaal is in slechte staat van onderhoud en is in dit onderzoek ook herberekend voor de benodigde capaciteit. Al deze plannen spelen zich af in een gebied wat onderhevig is aan grote veranderingen, waaronder gewijzigde bestemmingsplannen, zodat ook daar rekening mee gehouden dient te worden. Om inzicht te krijgen in het onderzoeksgebied is gekeken naar de bestaande waterhuishouding, bodemeigenschappen, geologie, geomorfologie, archeologische waarden, belevingswaarde en het landgebruik. Hieruit kunnen we concluderen dat de peilaanpassingen wel mogelijk zijn, maar dat hiervoor nog aanvullend onderzoek nodig is. De plannen van het waterschap, zoals beschreven, levert geen directe problemen op en kunnen gewoon doorgaan. Om in te spelen op alle ruimtelijke ontwikkelingen is in dit onderzoek gekeken naar het beleid en de op stapel staande plannen, die gevolgen kunnen hebben voor een duurzame oplossing en uitwerking van de plannen van het waterschap. Uit dit onderzoek komt naar voren dat de plannen in het westelijk deel van de Torensteepolder de meeste impact hebben. Hier zijn ontwikkelingen voor het omzetten van landbouwgrond naar een landgoederenzone en wat kleinschalige bebouwing. De landgoederenzone moet volgens het nieuwe bestemmingsplan een omgeving krijgen van natte natuur. Ook de gewenste bebouwing heeft indirect invloed aangezien de drooglegging hierop moet worden aangepast en dit in conflicteert met het peilniveau van de landbouw en natte natuur. Daarnaast is er een wens voor een toekomstige peilverhoging, die gevolgen zou kunnen hebben voor een duurzaam ontwerp van de plannen van het waterschap. De hydrologische aanpassingen die nodig zijn om de plannen van het waterschap uit te voeren zijn berekend volgens de ontwerpeisen van het waterschap. Om een hydrologisch toetsing goed te doen was het van belang een model te gebruiken en de uitwerking te modelleren. Er is voor gekozen dit in SOBEK te doen. Aangezien er geen model bij het waterschap beschikbaar was, waar de Torensteepolder en de Hogezandse polder in opgenomen waren, is er in dit onderzoek een nieuw model gebouwd. Rekenkundig zijn de nieuwe ontwerpen van de hoofdwatergangen gebaseerd op een aanvoernorm van 0,5 l/sec/ha en een afvoernorm van 2,0 l/sec/ha. Daarnaast zijn er aanvullende eisen zoals bijvoorbeeld maximale opstuwing bij duikers en een overstortende straal van de te plaatsen stuwen. Om een indruk te krijgen of de ontwerpeisen passen bij de werkelijkheid is de controle voor wat betreft de opstuwing in de hoofdwaterloop uitgezet in het SOBEK model. De toetsing van de berekende gegevens zijn in een drietal scenario’s uitgevoerd. In het eerste scenario zijn de gegevens van de kunstwerken uit het GIS systeem van het waterschap gebruikt om de huidige situatie te toetsen. In dit scenario zijn de bestaande duikers gebruikt en is er eengrote opstuwing zichtbaar, waaruit geconcludeerd kan worden dat de watergang zonder aanpassingen niet voldoet bij het alleen keren van de stroomrichting. Door de berekende herdimensionering van watergangen, duikers en de stuwen uit te zetten in SOBEK blijkt de stuwing in de hoofdwaterloop in het tweede scenario ruim binnen de normen te vallen.In het derde en tevens laatste scenario is de gewenste peilverhoging in het westelijk deel van de Torensteepolder toegepast. Dit heeft als nadeel dat de forse hoeveelheid waterberging in de landgoederenzone verschuift naar het hoger gelegen deel. Binnen het overgebleven lagere gebied is er aanbeveling om extra waterberging te creëren. Volgens de NBW toetsing uit 2006 voldoen beide polders met hun huidige functie aan de gestelde eisen. Alleen voor de Torensteepolder wordt op de lange termijn niet voldaan aan de aanvullende norm. Door de extra hoeveelheid open water is er op korte termijn geen acuut probleem. De Torensteepolder vraagt wel enge aandacht indien de functie van akkerland en het peil deels zal wijzigen. Voor bijvoorbeeld de kleinschalige bebouwing gelden strengere normen en door het deels verhoogde peil komt de forse extra berging van de landgoederenzone in het hogere deel te liggen. De uitwerking van de plannen op de Schuringse Haven als KRW lichaam is voor een deel gedaan door de chemische data, die beperkt beschikbaar was, met elkaar te vergelijken. Uit de beperkte data is een selectie gedaan voor vier belangrijke stoffen Chloride, Stikstof, Fosfaat en zuurstof. Uit bestaande rapportages van het waterschap blijkt dat het KRW waterlichaam nog lang niet voldoet aan de doelstellingen voor 2015. Er zijn al maatregelen genomen om de kwaliteit van het water te verbeteren en er zijn aanvullende maatregelen benoemd, die de komende jaren tot verbetering zouden moeten leiden. Eén van de maatregelen is het doorspoelen van het systeem. Uit de analyse van de vier onderzochte gegevens blijkt dat met doorspoeling vanuit het Hollandsch Diep een goede waterkwaliteitsverbetering kan worden bereikt, maar niet het goed ecologisch potentieel (GEP). Een extra aanbeveling is een meer flexibel peilbeheer wat een verbetering voor de plantengroei en biodiversiteit kan betekenen, maar die voor het beheer en onderhoud een andere manier van werken betekent. Het vasthouden van hemelwater en het flexibelere peil zouden kunnen bijdragen aan het voldoen aan de doelstellingen voor 2015 en een duurzaam waterbeheer.

Toon meer
OrganisatieVan Hall Larenstein
AfdelingLand- en Watermanagement
PartnersHogeschool Van Hall Larenstein
Jaar2011
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk