De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Oogboren, en nu?

Onderzoek naar stereotiepe bewegingen bij blinde en zeer slechtziende kinderen

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Oogboren, en nu?

Onderzoek naar stereotiepe bewegingen bij blinde en zeer slechtziende kinderen

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

“Ehm….. stereotiep bewegingen.. daar heb ik wel een aantal boeken over gelezen.. volgens
mij valt daaronder meestal oogboren, het niet stil kunnen staan en allemaal dat soort dingen..
mijn zoon heeft dan geen last van oogboren.. alleen wil hij graag de hele tijd rondjes draaien..
en dat kan hij het liefst de hele dag wel doen..”(persoonlijke mededeling, 2015)
Bovenstaande zin illustreert waar dit onderzoek over is gegaan. Het zoeken naar een aanbod
om stereotiepe bewegingen te verminderen bij blinde en zeer slechtziende kinderen. Binnen
het team kinderzorg van Koninklijke Visio R&A Nijmegen is gekeken naar de doelgroep 0-6
jaar waar, naar aanleiding van een vorig onderzoek naar stereotiep bewegingen, dit
onderzoek uit voortvloeide. De onderzoeksvraag in dit onderzoek luidde:
Hoe kan het team kinderzorg van Koninklijke Visio R&A Nijmegen een aanbod realiseren en
inzetten dat past bij de cliënten van team kinderzorg Koninklijke Visio R&A voor het
verminderen van stereotiep bewegingen?
Om antwoord te kunnen geven op deze onderzoeksvraag is gebruik gemaakt van
verschillende onderzoeksmethoden. Aan dit onderzoek hebben de revalidatietherapeuten, een
orthopedagoog en een orthopedagoog van team kinderzorg meegedaan aan de
onderzoeksmethodes brainstorm, mindmap en vragenlijsten. Om van verschillende
betrokkenen antwoord te krijgen op de onderzoeksvraag zijn interviews afgenomen bij een
ouder en een cliëntbegeleider.
Uit de resultaten van de onderzoeksmethodes komt naar voren dat de wensen voor het
aanbod liggen op het gebied van communicatie tussen cliënt, ouder en revalidatietherapeuten.
Daarnaast zou een prikkelende omgeving voor de cliënt wenselijk zijn om bij te dragen aan het
verminderen van stereotiepe bewegingen. Ook komt in de resultaten naar voren dat
bewustmaking, in kaart brengen van het gedrag en blinde en slechtziende kinderen hun
lichaam laten leren kennen door beweging, helpend zijn om stereotiepe bewegingen te
kunnen verminderen. Om het aanbod te kunnen gebruiken zou een uitgewerkt stappenplan en
een presentatie geven over het onderzoek goed kunnen werken. Daarnaast moet het aanbod
in de thuissituatie van de cliënt kunnen worden gebruikt.
Conclusie is dat bestaande methodes moeten worden aangepast, dat er een informatief
aanbod komt voor zowel de thuissituatie als in de organisatie, dat, vóórdat de methodes
worden uitgevoerd, er een heldere communicatie plaatsvindt met ouders en cliënten en dat
naast een behandelmethode kinderen die blind en slechtziend zijn gebaad zijn bij een
prikkelende omgeving.
Hieruit zijn de volgende aanbevelingen gekomen:
1. De aangepaste methoden.
2. Aanwezigheid van informatief materiaal.
3. Er wordt contact gelegd met een osteopaat, yogatherapeut en danstherapeut om
samenwerking te bespreken.
4. Een osteopaat, yogatherapeut en/of danstherapeut start behandeling.
5. De aangepaste methoden worden uitgevoerd.
6. Er is een observatieformulier aanwezig over stereotiep bewegingen.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Arnhem en Nijmegen
OpleidingPedagogiek
AfdelingAcademie Mens en Maatschappij
PartnersKoninklijke Visio Revalidatie & Advies
Datum2016-11-30
TypeBachelor
TaalOnbekend

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk