De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Beweging in eigen omgeving : een kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar de factoren die een rol spelen bij sport- en beweegparticipatie van 60-plussers in de gemeente Beverwijk.

Open access

Beweging in eigen omgeving : een kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar de factoren die een rol spelen bij sport- en beweegparticipatie van 60-plussers in de gemeente Beverwijk.

Open access

Samenvatting

Om in de toekomst beweeginterventies te organiseren is het handig om van tevoren informatie te vergaren bij de desbetreffende doelgroep. Het doel van dit onderzoek is dan ook om te kijken in welke mate bepaalde factoren een rol spelen bij sport- en beweegparticipatie van 60-plussers in de gemeente Beverwijk. Er is een kwalitatief en kwantitatief onderzoek uitgevoerd onder de 60-plussers in de gemeente Beverwijk. Het onderzoek is gebaseerd op het ‘I-Change model’ en de predispositiefactoren, motivatiefactoren, intentie, vaardigheidsfactoren en belemmeringen, die in dit model genoemd zijn, zijn meegenomen in de vragenlijst en het interviewschema. De vragenlijst is afgenomen bij 60 deelnemers en de deelnemers hadden de keuze om dit op papier in te vullen of via een online vragenlijst. De semigestructureerde interviews zijn bij de mensen thuis afgenomen en in totaal bij 9 deelnemers. Het onderzoek is uitgevoerd in drie wijken: Noordwestelijk Tuingebied, Meerestein en Oosterwijk en Zwaansmeer. Door middel van SPSS 25 zijn de resultaten van de vragenlijst met elkaar vergeleken en de analyses die hiervoor zijn gebruikt betreffen de Krukal-Wallis toets en de Mann-Whitney toets. De interviews zijn met toestemming opgenomen om dit vervolgens te transcriberen en te coderen. Uit de resultaten blijkt dat er geen significant verschil per wijk is, wat betreft het gezondheids- en beweegbeeld, p = .405. Ondanks het opleidingsniveau geven alle deelnemers aan dat zij het belangrijk vinden om te bewegen. Er is wel een significant verschil te vinden bij het bewust zijn van de voordelen van bewegen en risico’s van onvoldoende bewegen, p = .025. Uit de follow-up analyses bleek dat alleen de wijken ‘Oosterwijk en Zwaansmeer’ en ‘Noordwestelijk Tuingebied’ met elkaar verschilden, p = .031. Dit kan te maken hebben met de houding ten opzichte van het bewegen, aangezien alle deelnemers bij de interviews voorbeelden konden geven. Zowel bij de motieven (p = .823) als bij de belemmeringen (p = .090) bleek geen significant verschil te zijn. De meest genoemde motieven hebben betrekking op ‘plezier’, ‘sociale contacten’ en ‘gezondheid onderhouden’. De meest genoemde belemmeringen hebben betrekking op ‘gezondheids- en lichamelijke problemen’. Per wijk zijn er naar een aantal wensen en behoeftes gekeken. Als eerst is er gekeken naar het sporten/bewegen met bekenden of onbekenden. Uit de resultaten bleek dat er geen significant verschil is, p = .288. Dit komt in de interviews ook naar voren. Als tweede is er gekeken naar binnen sporten/bewegen. Uit de resultaten bleek er een totaal gemiddelde van 3,15 met een totaal gemiddelde standaard deviatie van 1,176. Hieruit blijkt dat er over het algemeen een neutrale mening heerst per wijk. In de interviews wordt daarentegen aangegeven dat de voorkeur juist uitgaat naar buiten sporten/bewegen, maar dit blijkt erg weersafhankelijk te zijn. Als laatst is er gekeken naar het sporten/bewegen in de ochtend. Uit 5 de resultaten bleek een totaal gemiddelde van 3,08 met een totaal gemiddelde standaard deviatie van 1,344. Ook hieruit blijkt dat er over het algemeen een neutrale mening heerst per wijk. In de interviews kan vooral worden opgemaakt dat de voorkeur uitgaat naar sporten/bewegen overdag. Tot slot is er gekeken naar de rol van de sociale omgeving. Hierbij is er eerst gekeken naar het aantal sporters per wijk en bleek dat in Noordwestelijk Tuingebied bijna alle deelnemers sporten/bewegen, op één na. Per wijk ervaren bijna evenveel deelnemers steun als het aantal deelnemers die sporten/bewegen. Uit de interviews komt naar voren dat een gebrek aan steun geen belemmering zal vormen. Daarnaast is er geen groot belang bij de meningen van de directe omgeving. Uit de interviews blijkt dat de deelnemers uiteindelijk toch doen wat zij zelf willen en waar zij zich goed bij voelen. De conclusie uit het onderzoek is dat het opleidingsniveau en de wensen en behoeftes geen tot nauwelijks een rol spelen bij sport- en beweegparticipatie van 60-plussers. Daarentegen kan er geconcludeerd worden dat de motieven, belemmeringen en de sociale omgeving wél een rol spelen bij en een grote invloed hebben op sport- en beweegparticipatie van 60-plussers. Voor vervolgonderzoek wordt er aanbevolen om niet naar de gemiddeldes per wijk te kijken, maar naar de individuele antwoorden, om zo een beter overzicht te krijgen binnen een wijk. Daarnaast is het waardevol om meer wensen en behoeftes te onderzoeken om een volledig beeld te creëren. Ook kan de betrouwbaarheid van het onderzoek worden verhoogd door middel van het onderzoeken van een grotere groep en meerdere wijken meenemen in het onderzoek. Verder kan er nog gekeken worden naar het categoriseren van verschillende leeftijden en tot slot kan de validiteit en de betrouwbaarheid van het interview worden verhoogd door middel van het afnemen van een pilot.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Amsterdam
OpleidingAcademie voor Lichamelijke Opvoeding
AfdelingBewegen, Sport en Voeding
Jaar2020
TypeBachelor
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk