De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Passend onderwijs en de ondersteuningsbehoeften van leerkrachten met betrekking tot het onderwijs aan leerlingen met gedrags- en emotionele problemen.

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Passend onderwijs en de ondersteuningsbehoeften van leerkrachten met betrekking tot het onderwijs aan leerlingen met gedrags- en emotionele problemen.

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Deze rapportage doet verslag van een onderzoek dat ik in het kader van mijn studie master SEN-opleiding 'gedragsspecialist' van Windesheim/Inholland heb verricht naar Passend onderwijs en de ondersteuningsbehoeften van leerkrachten met betrekking tot het onderwijs aan leerlingen met gedrags- en emotionele problemen.
Het onderzoek maakt deel uit van een breder onderzoeksprogramma waaraan ook twee collega-studenten uit het primair onderwijs (PO) en drie uit het voortgezet onderwijs (VO) deelnamen. Hierdoor kunnen we niet alleen gegevens presenteren voor de school waar ik mijn onderzoek verrichtte, basisschool de Schapendel, maar die ook afzetten tegen de bevindingen van andere scholen.
Het onderzoek is te zien als een eerste stap op weg naar praktijkverbetering. De studie moet het inzicht vergroten in welke gedragsvraagstukken leerkrachten tegenkomen, welke ondersteuning zij nodig hebben en missen en welke competenties zij zeggen verder te moeten ontwikkelen. Vanuit dit beeld en met gebruikmaking van kennisbasis op dit terrein wordt geprobeerd aanknopingspunten te vinden voor verbetering van de zorgstructuur op school en de ondersteuning en professionalisering van leerkrachten in het bijzonder.
De probleemstelling van dit onderzoek luidt:
Wat zijn de ondersteuningsbehoeften van leerkrachten op basisschool De Schapendel met betrekking tot leerlingen met gedrags- en emotionele problemen (GEP) en de ontwikkeling van Passend onderwijs en welke maatregelen op het gebied van de zorgstructuur en de professionalisering van leerkrachten in het verlengde hiervan zijn aan te bevelen?
Verder worden de volgende onderzoeksvragen beantwoord:
1. Wat zijn de ondersteuningsbehoeften van leerkrachten in de omgang met kinderen met gedrags- en emotionele problemen?
2. Welke coaching en begeleiding vragen leerkrachten op basisschool de Schapendel ter ondersteuning in de omgang met gedrags- en emotionele problemen?
3. Voldoet de huidige zorgstructuur of verdient deze aanpassingen?
4. Welke aanbevelingen kunnen er in het verlengde van antwoorden op bovenstaande vragen gedaan worden voor het professionaliseringsplan van basisschool de Schapendel?
Mede op basis van een literatuurverkenning is gekozen voor twee dataverzamelingsronden in de vorm van casusbeschrijvingen en enquêtes. In het eerste onderzoeksinstrument worden leerkrachten gevraagd een (recente) situatie te omschrijven waarin de leerkracht handelingsverlegenheid heeft ervaren, en eventueel ondersteuning heeft gemist en zelf een ontwikkelpunt kan benoemen. Er is gekozen voor het laten invullen van twee casussen, de eerste gedachte om per docent drie situaties te vragen is aangepast uit oogpunt van haalbaarheid. Mede op basis van de bevindingen uit het casuïstiekonderzoek is een enquête ontworpen. Deze enquête omvat verschillende onderdelen.
Deel 1: stellingen die betrekking hebben op de invoering en ontwikkeling van Passend onderwijs. De nadruk ligt op de verwachte effecten van deze invoering en wat dat voor leerkrachten zal inhouden.
Deel 2: nadruk op de gedrags- en emotionele problemen van leerlingen die leerkrachten (het meeste) tegenkomen in het onderwijs.
Deel 3: richt zich op welke vaardigheden en ondersteuningsbehoeften leerkrachten hebben als het gaat om leerlingen met gedrags- en emotionele problemen? Hierin is een onderscheid gemaakt tussen wat leerkrachten zien en ervaren in de school en welke vaardigheden zij al
bezitten of nog tekort komen om goed om te gaan met deze leerlingen en handelingsverlegenheid.
Tot de onderzoeksgroep behoren niet alleen de leerkrachten van basisschool de Schapendel (N=10), maar ook de leerkrachten van de overige vijf scholen. Wat betreft de casussen is er de beschikking over 120 casussen van 73 respondenten en voor de enquête zijn er 80 respondenten.
Met name voor de casusbeschrijvingen is veel werk verricht alvorens de resultaten geanalyseerd en gepresenteerd konden worden. Allereerst is er een inhoudsanalyse uitgevoerd op het materiaal (Harinck, 2009) en op basis hiervan is een codeboek opgesteld. Vervolgens zijn alle beschrijvingen verwerkt en ingevoerd in SPSS en geanalyseerd. Ook de data uit de vragenlijsten zijn verwerkt via SPSS. In de analyses en uitdraaien is rekening gehouden met verschillen in onderwijstypen en achtergrondkenmerken en zijn ook uitsplitsingen gemaakt naar de deelnemende scholen. Dit laatste opdat er ook per school gerapporteerd kan worden over de resultaten.
Bevindingen
Leerkrachten uit het PO zeggen de meeste handelingsverlegenheid te ervaren in de omgang met leerlingen met gedragsproblemen, gevolgd door emotionele problemen. Leerkrachten op de Schapendel hebben aangegeven zich het meest handelingsverlegen te voelen in gedrag als dwars, dwingend, onrustig en brutaal. Ook leerlingen die andere leerlingen storen komen volgens de leerkrachten op de Schapendel voor als gedrag, waarbij leerkrachten zich handelingsverlegen voelen. Leerkrachten vinden dat de meeste problemen optreden in combinatiegroepen. Het omgaan met leerlingen met GEP, omgaan met getraumatiseerde leerlingen en het omgaan met leerlingen die voordurend anderen storen leveren de meeste problemen op.
Volgens de leerkrachten op de Schapendel worden vooral praktische tips en kennis als ondersteuning gemist. Dit geldt tevens voor de praktische tips van een (gedrags-) specialist. Ook ondersteuning van ouders die meewerken en de school ondersteunen zeggen de leerkrachten van de Schapendel te missen als ondersteuning. Opvallend is de mening van de leerkrachten op de Schapendel over de directie. De ondersteuning van de directie wordt volgens de leerkrachten geen enkele keer gemist, terwijl dit op de andere twee PO-scholen wel een aantal keer het geval is.
Verder geven leerkrachten op de Schapendel aan niet goed op de hoogte te zijn van de invoering van Passend onderwijs en de gevolgen daarvan. Zij verwachten aanzienlijk meer leerlingen met GEP in de klas, alleen zeggen zij dat ze deze leerlingen maar moeilijk kunnen begeleiden op de Schapendel. Ook vinden de leerkrachten dat ze aan de slag moeten met de gedrags- en emotionele problemen van leerlingen. Opvallend is dat dit vooral leerproblemen zijn en dat leerkrachten niet verwachten dat er meer leerlingen met een beperking/handicap in de klas komen. Verder vinden leerkrachten dat er niet voldoende expertise is binnen de school om Passend onderwijs te laten slagen.
Leerkrachten op de Schapendel zeggen zich vooral vaardig te voelen in het signaleren van GEP bij leerlingen, het verzorgen van een goed klassenklimaat, het omgaan met verschillen in sterk heterogene groepen en het creëren van een veilig klimaat, ook als er leerlingen met GEP in de klas zitten.
In vergelijking met de andere twee PO-scholen vragen de leerkrachten op de Schapendel minder coaching en begeleiding. Dit zou te maken kunnen hebben met de bevinding dat de leerkrachten op de Schapendel maar in een kwart van de gevallen vinden dat leerlingen met GEP hun onderwijs verstoren. Toch geven de leerkrachten op de Schapendel aan dat ze op dit moment maar een beperkt aantal leerlingen met GEP goed kunnen begeleiden. Ook zeggen ze dat in principe alle leerkrachten aan de slag moeten met GEP van leerlingen in de klas. De bevindingen laten zien dat de coaching en begeleiding niet alleen moet worden gezocht in de bij- en nascholing op het terrein van lesgeven aan leerlingen met GEP. Leerkrachten van de Schapendel vinden in de helft van de gevallendat er voldoende aandacht is voor bij- en nascholing. Leerkrachten op de Schapendel zeggen vooral behoefte te hebben aan een (gedrags-) specialist op school ter ondersteuning van leerlingen met GEP. Ook vinden zij dat er meer tijd vrij gemaakt moet worden om leerlingen met GEP te kunnen bespreken.
Leerkrachten van de zes onderzoeksscholen is gevraagd een cijfer te geven voor de huidige zorgstructuur. De beoordeling van de zorgstructuur van de scholen voor ondersteuning van leerlingen met GEP heeft met gemiddeld een 6.1 de hoogste beoordeling. Leerkrachten op de Schapendel hebben dit onderdeel van de zorgstructuur beoordeeld met een 7. De beoordeling van de zorgstructuur van de scholen voor deskundigheidsbevordering en bijscholing van leraren heeft met gemiddeld een 5.7 de laagste beoordeling. De Schapendel heeft hierbij een score van 6.7. Gezien de hoogte en de spreiding van de cijfers vindt een deel van de leerkrachten dat er ruimte is voor aanpassingen binnen de zorgstructuur.
Leerkrachten van de Schapendel hebben in de helft van de gevallen aangegeven behoefte te hebben aan meer teamgerichte bijscholing over het onderwijs aan leerlingen met GEP. Dit geldt ook voor de behoefte aan individuele bijscholing over hoe om te gaan met GEP in het onderwijs.
Op basis van deze bevindingen zijn in de rapportage aanbevelingen geformuleerd.

Toon meer
OrganisatieHogeschool Windesheim
AfdelingEducation
PartnersBasisschool De Schapendel te Noordwijk
Jaar2012
TypeMaster
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 26 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk