De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk

Terug naar zoekresultatenDeel deze publicatie

Leerkracht mag ik overvliegen, ja of nee?

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Leerkracht mag ik overvliegen, ja of nee?

Rechten: Alle rechten voorbehouden

Samenvatting

Achtergrond
Het onderzoek is uitgevoerd op basisschool ’t Prisma in Doetinchem, in opdracht van L. Weenk. ’t Prisma is onderdeel van scholengroep GelderVeste. Op ’t Prisma wordt niet op de traditionele manier lesgegeven, maar wordt 3.0 onderwijs aangeboden. De leerlingen op ’t Prisma hebben de mogelijkheid om over te vliegen naar een hogere unit, wanneer het onderwijsaanbod in de volgende unit beter aansluit bij de behoeften van de leerling, mits ze hier zowel op cognitief als sociaal-emotioneel gebied aan toe zijn. Ieder kind moet de mogelijkheid hebben om op zijn eigen tempo zijn ontwikkeling te doorlopen. Voor aanvang van het onderzoek verliep het proces van overvliegen niet altijd succesvol, mede omdat er binnen de school geen regels of richtlijnen zijn beschreven omtrent het overvliegen. Hierdoor was het voor de leerkrachten lastig om de sociaal-emotionele ontwikkeling van de leerlingen mee te nemen in het proces van overvliegen.
Doelstelling en onderzoeksvraag
De doelstelling van het onderzoek was om de leerkrachten binnen ’t Prisma kennis, inzicht en handvatten te bieden op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen die in aanmerking komen om over te vliegen.
Hieruit is de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: Hoe kunnen leerkrachten van basisschool ’t Prisma in Doetinchem structureel de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen, die in aanmerking komen om over te vliegen, betrekken bij de besluitvorming bij het al dan niet laten ‘overvliegen’ van leerlingen?
Methode van onderzoek
Door literatuur- en praktijkonderzoek te doen is er inzicht verkregen in de onderwerpen overvliegen en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Daarnaast is er achterhaald waar de behoeften van de leerkrachten liggen. Er is zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek uitgevoerd. Kwalitatief onderzoek is uitgevoerd door het afnemen van semi-gestructureerde interviews met respondenten binnen en buiten de school. Kwantitatief onderzoek heeft plaatsgevonden door het afnemen van enquêtes onder de leerkrachten, onderwijsassistenten en LIO-stagiaires binnen ’t Prisma. Op een informatiebord in de teamkamer hebben zij hun ideeën rondom het betrekken van de sociaal-emotionele ontwikkeling bij het overvliegen, kunnen delen. Om alle resultaten te verwerken zijn de interviews getranscribeerd, gefragmenteerd en gecodeerd en zijn de resultaten uit de enquêtes geanalyseerd.
Conclusies
Uit de verkregen resultaten zijn conclusies getrokken. Hieruit wordt duidelijk dat de leerkrachten behoefte hebben aan een hulpmiddel om inzicht te krijgen in de sociaal-emotionele ontwikkeling van een leerling. Deze conclusie heeft geleid tot aanbevelingen. Een aantal van deze aanbevelingen zijn uitgewerkt tot een product dat de leerkrachten in kunnen zetten om inzicht te krijgen in de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen om deze zo structureel te kunnen betrekken bij de beslissing of een kind er op sociaal-emotioneel gebied aan toe is om over te vliegen. Hierbij het belangrijk dat het passend is binnen het 3.0 onderwijs en de visie van ’t Prisma. Het is belangrijk dat er met het hulpmiddel naar elke leerling individueel kan worden gekeken en dat ze niet aan de hand van een strak format met elkaar worden vergeleken.

Toon meer
OrganisatieHogeschool van Arnhem en Nijmegen
OpleidingPedagogiek
PartnersBasisschool ’t Prisma in Doetinchem
Gepubliceerd in
Datum2017-06-05
TypeBachelorscriptie
TaalNederlands

Op de HBO Kennisbank vind je publicaties van 25 hogescholen

De grootste kennisbank van het HBO

Inspiratie op jouw vakgebied

Vrij toegankelijk